Naar hoofdinhoud

Procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid

Dit is een procedure die bij wijze van uitzondering kan worden gevolgd voor de meest dringende zaken die verplicht binnen maximaal vijftien dagen op zitting worden gebracht.

Wanneer in het opschrift van het verzoekschrift uitdrukkelijk wordt gevraagd dat een zaak bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt behandeld, dat wil zeggen binnen een termijn van hoogstens vijftien dagen, bepaalt de voorzitter van de bevoegde kamer bij beschikking de datum van de zitting en de termijnen waarbinnen de procedurestukken en de overige stukken moeten worden ingediend.

Op de zitting dient de auditeur geen verslag in, maar geeft hij wel een advies.

De verzoekende partij of haar advocaat is verplicht aanwezig op de zitting, anders wordt de vordering tot schorsing afgewezen. Indien de verwerende partij of de verzoekende partij tot tussenkomst niet op de zitting aanwezig zijn, worden ze allebei geacht in te stemmen met het beroep tot schorsing.

In uitzonderlijke gevallen, wanneer de termijn bijzonder kort is, kan de Raad van State echter de schorsing uitspreken of voorlopige maatregelen bevelen zonder dat alle partijen vooraf werden opgeroepen voor de zitting.

In dat geval roept het voorlopige arrest, waarin de schorsing of de maatregelen worden bevolen, de partijen op korte termijn op om voor de bevoegde kamer te verschijnen, zodat die de schorsing of de voorlopige maatregelen al dan niet kan bevestigen.

Een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan op elk ogenblik worden ingediend, ook buiten de diensturen van de griffie van de afdeling Bestuursrechtspraak. Er is een wachtdienst, ook tijdens de weekends en op feestdagen.

De te volgen procedure staat te lezen in een richtlijn. Die kunt u hier raadplegen.

Zie het vademecum: blz. 13, 15–18 en 22